Archief / Contact

Huishoudelijke mededelingen, deel vier

1 - Hier, op dit weblog, is het nog steeds rustig. Helemaal stil is het ook niet. Soms schrijf ik wat en soms komen er mensen lezen wat ik geschreven heb. Eigenlijk is dat wel prima. Dit weblog is zo langzaam verworden tot het equivalent van een klein dorp. Het kabbelt voort en zal dat blijven doen - onderwijl heimelijk grootstedelijke ambitie koesterend.

2 - Hoe haal ik het in mijn hoofd zo vaak te schrijven over niet-schrijven? Of niet-genoeg-schrijven. Wat ik schrijf is namelijk precies genoeg, het aantal letters precies het aantal letters dat ik schrijven wil. Zou er meer in mij zitten, dan zou er meer uit mij komen. De eenvoud van die redenatie is onontkoombaar, zeker op de momenten dat er helemaal niets uit mij komt, dat ik niet-schrijf.

3 - De komende weken bestaan uit vliegvelden en hotelkamers, veerboten en luchtbedden, uit intensief bezig zijn en tóch uitrusten, terugkomen en claimen dringend aan vakantie toe te zijn, geduldig wachtende stapels werk en een uitpuilende brievenbus. Die sfeer. Ik doe het mijzelf aan, want gestaag doorwerken is rustgevender dan een reeks van tijdelijke onderbrekingen.

Toch doe ik het; ik ga er even tussenuit en vraag me tegelijkertijd af waar mijn verantwoordelijkheidsgevoel zolang blijft. Immers, ik loop nu zomaar van mijn projecten weg. Het voelt tegennatuurlijk. Weglopen zonder iets af te maken, ook al is dat weglopen maar tijdelijk. Ja, nu ik het zeg. Is mijn verantwoordelijkheidsgevoel ineens uitschakelbaar geworden, of zo? Waarom kan ik dat normaal niet en nu wel?

4 - Over weglopen gesproken. Als je weg wilt lopen, loop dan goed weg. Een vakantieperiode is een laffe tussenoplossing als het om vluchten gaat. Loop weg om nooit meer terug te keren, vertel niemand iets, neem geen afscheid. Vergeet geld en spullen en mensen, er ligt een wereld aan je voeten. Het is een kwestie van lopen. Loop weg en laat alles achter! 

5 - Grappige realisatie: wanneer ik een stuk tekst opdeel in kleine genummerde alinea's, dan lijkt het schrijven ervan mij gemakkelijker af te gaan dan wanneer ik werk met ongenummerde alinea's. Als ik voortaan al mijn alinea's nu eens zou nummeren, zou ik dan zodanig de smaak te pakken krijgen dat ik een werk van Bijbelse proporties weet vol te pennen?

Wie weet.

Zaterdag 05 Juni 2010 | Eén reactie

Hopeloze ascese

Niets, leegte en ik wacht. Op wat ik wacht weet ik niet precies, maar toch wacht ik overduidelijk. Iets houdt me tegen iets anders te doen, op dit moment en ook de afgelopen tijd al. Zou ik iets anders doen, dan bestaat de kans dat ik misloop waarop ik wacht en ik wacht al lang op die dag.

Het is lang geleden dat ik gelukkig was.

Als ik eerlijk ben dan is de kans erg klein dat het precies plaats heeft op het moment dat ik even niet-wacht en andere bezigheden heb. Maar je weet het niet. Je weet het nooit, dat wachten van mij kan zelfs eindeloos -en daarmee volstrekt nutteloos- blijken. Ondertussen tast ik in het duister naar iedere mogelijke oorzaak die het hervinden van mijn geluk tot gevolg zou kunnen hebben, dus ik wacht. 

Hoeveel jaar zou ik nog hebben? Tien, twintig? Misschien dertig als alles goed gaat en ik veel geluk heb. Geen gekke dingen doen, gematigd leven en af en toe wat beweging. Ja, dat zou voldoende moeten zijn om mijn wachttijd tot het maximale te verlengen. Tot meer ben ik niet in staat, maar ik doe wat ik kan. Misschien is het gewoon een kwestie van tijd.

Nee, nee! Begrijp me niet verkeerd, dat ik u dit vertel betekend niet dat ik vraag om medelijden of zelfs maar sympathie. Nee, integendeel; dat ik wacht is een keuze waar ik achter sta. Ik bedoel, kijk mij nou. Hier op een bankje in de zon. Terwijl ik wacht vallen steeds mijn ogen dicht en heb ik korte dromen, waardevolle momenten.

In mijn dromen leeft ze nog.  

Straks, als de middag voorbij is, dan loop ik naar huis. Daar drink ik dan koffie en lees ik de krant, maak ik mijn avondeten klaar. En morgen, morgen wacht ik hier weer.

Woensdag 26 Mei 2010 | Geen reacties

Zelfverkozen gedachteloosheid

Deze week nog werd ik ervoor gewaarschuwd dat het niet-kijken van televisie beter geen dogma kan worden en prompt werd ik ook geattendeerd op het bestaan van onderstaand filmpje.

Mijn eerdere stukje over tv-kijken kwam mij overigens te staan op een fors aantal opmerkingen van verstokte tv-kijkers. Allemaal wilden ze hun tv-kijken aan mij verantwoorden en uitleggen en grappig genoeg gebruikte iedereen daarvoor exact hetzelfde argument.

'Aan het einde van een lange, drukke dag, wil ik gewoon even NERGENS meer aan denken.'

Een erg goed argement, want als ik de onderzoeken moet geloven -en dat doe ik-, dan daalt de activiteit van de hersenen tijdens het tv-kijken tot onder het niveau van een droomloze slaap. Een feit dat mij persoonlijk overigens grote angst aanjaagt, zonder op de inhoud van eender welk tv-programma in te gaan.

Zij die absoluut nergens aan willen denken handelen dus juist als zij beginnen te zappen.

Ik, niet-kijker, ben tenslotte natuurlijk een 'sour grape', een zwart-kijker, een te-veel-denkende-fantast. Dus nee, laat ik de tv-kijker vooral niet valselijk beschuldigen en vanavond eerst zelf, voor de spiegel, nog eens grondig oefenen op het sarcastisch laten glimmen van mijn kleurloze ogen in het diepgoude schemerlicht.

Zondag 23 Mei 2010 | Geen reacties