Eenvoudige woorden
Zeker een week lang heb ik gewerkt aan een tekst bij een boek dat ik iemand cadeau gedaan heb.
Het werken aan die tekst was een cyclisch proces, waar geen einde of enige vooruitgang in te ontdekken viel. De woorden waren steeds niet goed. Ze lieten zich niet plooien naar wens en gelegenheid, het bijbehorende cadeau.
Ik dacht dat ik gek werd.
Keer op keer ben ik opnieuw begonnen met schrijven. Ik werkte aan de tekst alsof mijn woorden nog iets toevoegen konden aan klassieke woorden. Een hopeloze onderneming, zo weet ik nu.
Het was een worsteling die ik niet winnen kon. De woorden waren in de meerderheid en sterker bovendien. Bij iedere nieuwe poging orde aan te brengen werd hun weerstand sterker.
Eerst dreven ze me tot wanhoop en daarna lachten ze me uit. Ze gingen door tot ik de vernedering niet meer aankon. Ik gaf op. Klaar als ik was met het wegen van woorden gaf ik me aan hen gewonnen. En plots waren ze stil.
Kut-woorden, kut-schrijven!
De avond dat ik opgaf, besloot ik voortaan eenvoudige woorden te kiezen. In een geluidsdichte kamer heeft schreeuwen immers een resultaat gelijk aan fluisteren. Dus ik gaf haar het boek, gewikkeld in een oude krant, en zei achteloos: 'Lees dit!', waarna ze me zoende.

