Het was op een feestje dat ik plots een beslissing nam en de nacht in liep. De avond van het feestje was tot op dat moment niet anders verlopen dan andere avonden van andere feestjes. Er gebeurde niets afwijkends, niets vreemds, niets dat anders was dan anders.
Een wat ouderwets ogende woonkamer vormde die avond het decor van een intermenselijk toneelstuk zonder script of clou. Een voorstelling waarvan de regisseur zich nog voor aanvang van de première in schaamte van het leven had beroofd. Zo kreeg de avond toch nog iets van een thema.
Vanzelf zouden er nog meer volgen, de toon was gezet.
Na het thema van de dood volgde verleiding, goedkope verleiding. Er was een praatgrage poseur en er waren meisjes die verleid wilden worden. Wel een stuk of tien. Sigaretten raakten uitgedeeld en opgerookt. In de hoek zat een stille jongen en ook een voormalig geliefde betrad het toneel.
Een bierglas viel kapot, iemand sneed zich, er was bloed.
Slechts een onbewaakt moment later waren de poseur en twee van de meisjes verdwenen. Oh, hopeloos oppervlakkige intriges en het druppelen van bloed! Violen zwelden aan, er stond iets te gebeuren, ergens ging er iets niet goed!
Maar wat? En waar....?
Droog, krakend knapte er iets in mijn 'zijn'. Een klinker door de grootste glasplaat ter wereld! Kruipen door de scherven! Kruipen door wat ooit een barrière was! Tromgeroffel! Trompetten!
Door de kamerdeur, de gang in -in het voorbijgaan mijn jas van een hangertje sleurend-, de trap af, het bordes over en dan nog drie, vier stappen over tuingrind voordat mijn voeten de straatstenen eindelijk raakten en het waarlijk op een lopen zetten.
De nacht in, de straat op, weg van daar!
Och, had ik maar wat meer tijd voor het omschrijven van het wonderlijke landschap dat zich in mijn hoofd genesteld heeft. En de drama's die zich daar voltrekken tussen schimmenspel en Parijs.
Composities van het donkerste rood, het diepste grijs en in de wind wapperende fijngeweven weefsels. Als verdoofde tongen likken ze de hemel, zachtjes, tastend, zonder al te veel gevoel.
Wat zou ik het graag omschrijven, dat alles en meer, veel meer. Maar ja, geen tijd, zoals altijd de laatste tijd. Ik ben druk en druk en druk en het houdt niet op, de drukte drukt.
De grootste prioriteit van het nú is het stellen van prioriteiten en het verkiezen van het één boven het ander. Het maken van keuzes is onontkoombaar, zelfs op de momenten waarop ik niet kiezen wil.
Er blijven dingen liggen, ongedaan en onaangeroerd, smachtend naar aandacht, liefde, een glimlach en het betalen van facturen. Het is een puinhoop in huis. En ondertussen doe ik maar.
Ik drink en ik praat, of ik zwijg en ik zuip. Ik werk en ik reis en ik boek en ik lees, was en slaap (te weinig), en in mijn hoofd dat landschap en een drama, een meisje -ze is kriebelend als de lente- dat levenslang afwezig blijkt.
Zeker een week lang heb ik gewerkt aan een tekst bij een boek dat ik iemand cadeau gedaan heb.
Het werken aan die tekst was een cyclisch proces, waar geen einde of enige vooruitgang in te ontdekken viel. De woorden waren steeds niet goed. Ze lieten zich niet plooien naar wens en gelegenheid, het bijbehorende cadeau.
Ik dacht dat ik gek werd.
Keer op keer ben ik opnieuw begonnen met schrijven. Ik werkte aan de tekst alsof mijn woorden nog iets toevoegen konden aan klassieke woorden. Een hopeloze onderneming, zo weet ik nu.
Het was een worsteling die ik niet winnen kon. De woorden waren in de meerderheid en sterker bovendien. Bij iedere nieuwe poging orde aan te brengen werd hun weerstand sterker.
Eerst dreven ze me tot wanhoop en daarna lachten ze me uit. Ze gingen door tot ik de vernedering niet meer aankon. Ik gaf op. Klaar als ik was met het wegen van woorden gaf ik me aan hen gewonnen. En plots waren ze stil.
Kut-woorden, kut-schrijven!
De avond dat ik opgaf, besloot ik voortaan eenvoudige woorden te kiezen. In een geluidsdichte kamer heeft schreeuwen immers een resultaat gelijk aan fluisteren. Dus ik gaf haar het boek, gewikkeld in een oude krant, en zei achteloos: 'Lees dit!', waarna ze me zoende.
Het duurde lang voordat de slaap me eindelijk op mijn knieën dwong, traag en loom, diep in de van sterren vonkende nacht. Alles draaide en tolde, maakte zonder stoppen salto's om z'n as. Liggend in het gras staarde ik de violette hoogte in en dacht aan haar, zoals ik al dagen en dagen en nachten aan haar aan het denken was.
Eerder schreef ik: Klussen, deel één
Klussen is al een aantal jaren in de mode. Zelfs de mensen die het eigenlijk niet zouden moeten doen, doen het. De gevolgen daarvan zijn in de bouwmarkt ook merkbaar; ze mengen er tegenwoordig verf.
In iedere denkbare kleur.
Zelfs de kleuren waarvan iedereen weet dat het niet verstandig is om ze op wat-dan-ook te smeren worden aangeboden, en erger nog: veelvuldig verkocht. De emmertjes wansmaak vinden gretig aftrek, terwijl de meer genuanceerde tinten en kleuren zelden over de toonbank gaan.
Het mengen van verf werd 'vroeger' alleen gedaan door de goeie verfwinkels. Toen was het nog niet klaar-terwijl-u-wacht, maar op afspraak. Zonder automaat en door een vakman. Zo'n vakman die je nog twee keer liet nadenken voordat je een bepaalde kleur bij hem kocht en die in de noodzakelijke gevallen zei: "Dat moet je niet doen," waarna je je bedacht.
In plaats van een vakman hebben we nu een verfmeng-balie in de bouwmarkt en achter die balie werkt een verf-meng-puber. Nou ja, als hij geen pauze aan het houden is... Het kan een verf-meng-puber niet schelen welke kleur je op de muur wilt smeren en verstand van verf heeft hij evenmin, hij mengt het alleen.
Kritische vragen om je het juiste product voor de juiste toepassing te verkopen zal hij niet stellen, wel zo makkelijk. En in de niet-zeldzame gevallen dat er iets misgaat heeft dat voor een verf-meng-puber toch geen gevolgen. Tegen de tijd dat je met de betreffende verf teruggaat naar de winkel werkt hij er al niet meer, zelfs al is dat op dezelfde dag.
Toen ik verf wilde laten mengen drukte ik dus op de bel naast de balie. Precies drie seconden nadat het wachten te lang duurde en ik nogmaals op de bel drukte, stond daar een verf-meng-puber aan de andere kant van de balie. Niets onderscheidde hem van andere verf-meng-pubers; het was een verf-meng-puber pur sang.
"Kan ik U ergens mee helpen," sprak hij lethargisch. Waarschijnlijk had ik hem zojuist ruw uit zijn slaap gewekt, met dat gebel van me. "Ik zou graag verf willen laten mengen," zei ik en dacht, "Joh, wat dénk je nou. Waarvoor zou ik jou nou wakker bellen? WAKKER WORDEN!"
Nadat ik hem een kleurenstaaltje had overhandigd, ging meneer aan het 'werk'. Sloffend, traag en met hangende schouders. De moed zonk me in de schoenen, ik had immers vier blikken nodig.
- Kleurcode invoeren, het juiste blik basisverf openen en in machine één plaatsen, kleur laten toevoegen, blik weer sluiten en in machine twee plaatsen, laten mengen/schudden/trillen, blik weer openmaken en visueel op kleur controleren, het blik weer sluiten, een sticker printen en die -tot slot- op het blik plakken.-
In theorie zou het vrij eenvoudig zijn om, wanneer blik één-van-vier in machine twee zit, blik twee-van-vier alvast in machine één te zetten; lekker efficiënt. Helaas niet bij verf-meng-pubers, want die gaan er gewoon met een laag voorhoofd bij staan kijken.
Toen ik een dergelijke suggestie deed -'Joh, kun je het volgende blik er niet alvast inzetten,'- zette hij zich zuchtend weer in beweging. De tegenzin droop er vanaf. Sloffender, trager en met nóg dieper doorhangende schouders. Het viel allemaal niet mee voor de verf-meng-puber. Al dat werk, wel vier hele blikken.
Ja, zelfs ik moest ervan zuchten.
Niet om het een of ander, maar de weken vliegen voorbij alsof het dagen zijn. Zo is het woensdag, en zo is het wéér woensdag. Wat gebeurt er met de tussenliggende dagen?
Als ik mijn best doe dan herinner ik me vaag een aantal dingen die mogelijk op andere dagen hebben plaatsgevonden. Zijn het niet slechts dromen die ik mij herinner? Is het eigenlijk niet constant woensdag en is het daarom niet meer dan logisch dat het ook voor altijd woensdag zal blijven?
Op woensdag heb ik meestal mijn dag niet.