Archief / Contact

Saai he?

Het interval tussen de stukjes is hier merkbaar groter aan het worden. Er was al iemand die zich afvroeg: Waarom?

Heb je een gebrek aan inspiratie?
-Nee.
Heb je dan een gebrek aan tijd?
-Nee, niet echt.
Wat is er dan?
-Ja. Of beter. Tjah. (Zucht.) Het is deels een kwestie van andere bezigheden. Maar dat is het niet echt, denk ik.
Er is dus nog meer?
-Ja, er is meer.
Nou, vertel dan!
-Ok.

Belangrijker is het feit dat ik mijn leven aan het heroverwegen ben. Dat klinkt drastisch, maar ik bedoel specifiek dat deel van mijn leven dat ik besteed aan alles wat digitaal is. Onder andere internetten dus.
De vraag is: wat wil ik wel en niet meer doen in relatie tot 'het internet'? Door de jaren heen ben ik per dag ongemerkt steeds meer uren gaan besteden aan websites, weblogs en sociale netwerken, emails, twitter, onzin. Alles leuk en aardig, maar zo langzamerhand begint mijn hoofd te tollen van die eindeloze berg informatie die -dagelijks- door mijn ogen naar binnen geperst wordt. Daarnaast is het algemene niveau vaak ook betrekkelijk karig te noemen. Internet begint voor mij een tweede vorm van teevee te worden in termen van: niet interessant, niet boeiend, zonde van mijn tijd en zo intens vervelend dat mijn ogen er soms van gaan bloeden.     
Er is vast ooit onderzoek naar gedaan, maar volgens mij kun je aan informatie even makkelijk verslaafd raken als aan sigaretten, drank en pornografie, coke en andere duivelse substanties.
Een gevoel zegt mij dat ik er even genoeg van heb. Precies het gevoel dat altijd tussen mij en een echte verslaving in komt te staan op het moment dat het een echte verslaving dreigt te worden. Vandaar.
Dit weblog zal aan die heroverweging van mijn digitale leven vanzelfsprekend niet ontkomen. Want waarom schrijf ik hier? Gaat het uberhaubt ergens over? Wat is de waarde van wat ik schrijf? Brengt niet-schrijven me niet precies even ver als wel-schrijven? En welk schrijvend persoon twijfelt er niet zo nu en dan aan zijn schrijven? En dan is er nog de vorm; een weblog. Is dat wel de juiste vorm?
Natuurlijk, ik schrijf graag. Maar ik schrijf alleen en vooral voor mezelf en bepaald niet om iemand anders een plezier te doen. Dat zou alleen maar valse verwachtingen scheppen. Eigenlijk wil ik slechts mijzelf hopeloos graag doorgronden. Mijn stukjes hier hebben geen ander doel, dus waarom zou ik een ander er dan mee vermoeien?
Vragen, dus. Maar nog geen eenduidige antwoorden, of een afgewogen heroverweging. Wel dat gevoel dat ik er even genoeg van heb, mijn ogen dicht wil doen en eindeloos kan slapen.

Maandag 15 Maart 2010 | Drie reacties

Een week van meningen

Goed, we zitten -voor zolang het duurt- met een soort halfslachtige tussenoplossing qua kabinet en de veelzeggende gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug. Schept dat inmiddels al enige duidelijkheid?
Nee, duidelijker wordt het er bepaald niet op. Zo'n gemeenteraad is uiteindelijk toch niet veel anders dan een groep mensen waarvan je een allesoverheersend net-niet-gevoel krijgt. Alleen de verkiezingsposters straalden al zo'n middelmatigheid en amateurisme uit dat ik van weeromstuit bijna niet wist op wie te stemmen. Als een grabbelton met daarin meer dan honderd cadeautjes die je eigenlijk allemaal niet hebben wil. Kortom een keuzenlijst vol mensen waarmee identificatie mij onmogelijk bleek. En was dat niet om hun standpunten, dan wel om hun amateuristische hoofden en middelmatigheid.
Gek eigenlijk dat al die bestuurders een afspiegeling moeten vormen van onze samenleving, maar dat er werkelijk niet een bij zat waarvan ik het idee had dat het fijn zou zijn om ermee samen te leven. Als ik ze hoor praten in de media dan denk ik: 'Tjeé, het zal je buurman maar zijn.' En bij anderen hoop ik dat hun dochter ooit eens thuiskomt met een Marokkaanse vriend. Het liefst een beste jongen waar weinig op aan te merken valt. Of hun zoon met een Turkse vrouw, zijn ware liefde.
De heren en dames bestuurders kunnen wat mij betreft wel een confrontatie met de alledaagse willekeurigheid van mens-zijn gebruiken. Zodat ze dan op een helder moment ineens ten volle beseffen dat de onstuurbare loop van het leven bijna zonder uitzondering mijlenver af staat van de zwart-wit discussies die ze erover voeren.
Er werden namelijk veel ferme woorden gesproken, na de overwinningen op gemeentelijk niveau. Aan het woord waren de bestuurders die straks beslissen over de thema's waarmee het plaatselijke rukkertje wekelijks vol staat. Kortom, de zaken die er in feite vrij weinig toe doen, maar waarover de emoties altijd veel te hoog oplopen. Als het lokale standpunt over een probleemwijk -binnen dezelfde regel- ineens op te rekken blijkt tot een overkoepelend idee voor een heel land en een hele bevolking, dan is er sprake van ongepaste overmoedigheid.
Na een week van meningen en die vele ferme woorden kan ik alleen maar hopen dat er snel beter gefundeerde standpunten geformuleerd worden. Standpunten die rechtdoen aan de schaal van het vraagstuk en die een inhoudelijke bijdrage leveren. Maar de afgelopen week tekende zich daarvan niet eens een vage contour af, maar een belofte van schraalheid, leegte en domme kortzichtigheid, kleurloosheid en vooral een schrijnend amateurisme, waarvan geen weldenkend mens deel wil uitmaken.
Vaak krijg ik dan ook het gevoel dat ze bepaald niet doordrongen zijn van het feit dat de ferme woorden die ze zo graag uitslaan gaat over hele normale mensen. Mensen in alle mogelijke combinaties van intelligentie en aanpassingsvermogen, geaardheid, afkomst en ambitie. Laat me daarover verder vooral geen wolligheid schrijven, maar toch: Ik ben benieuwd of Nederland ooit echt vatbaar zal blijken voor het soort beroering waarop men nu lijkt aan te sturen en of we dan al snel hartstochtelijk verlangen naar een vroeger dat helemaal niet zo lang geleden is.
(Toevoeging zaterdag 6 maart 2010: We hebben onzelf weer fraai op de kaart gezet gisteren. In het buitenland zijn de woorden nóg even fermer, blijkt nu. Een populistische poppenkast van jawelste, dat was het. Soms schaam ik me voor dit land en deze mensen.)

Vrijdag 05 Maart 2010 | Geen reacties

Beter koesteren we de stilte

Stilte is een voorbode. Een eerste teken van verandering. Er kan een verwoestende storm volgen, maar ook een milde regen. Zolang het stil is valt er niets over te zeggen. Stilte heeft een geheel eigen taal van raadselen die pas door de tijd zelf ontrafelt worden.
Op het moment dat er veranderingen zichtbaar worden vinden er alweer veranderingen plaats die ongrijpbaar zijn. Altijd zullen er veranderingen plaatsvinden die ongrijpbaar blijven. Een gekmakend gegeven dat overal om ons heen is. Er is geen aspect van het leven dat eraan ontkomt, er is geen ontkomen aan.
Er zitten altijd veranderingen in de lucht, maar precies welke? De tijd zal op den duur de vorm bepalen, er is geen haast als het op veranderingen aankomt. Van een omslagpunt is geen sprake. Veranderingen zijn voortschrijdende onvermijdelijkheden die slechts langzaam vaste vormen aannemen.
Aan de overkant van de straat wordt een nieuw pand gebouwd. Hoewel het nog niet afgebouwd is zal het glas vuil worden en zijn glans verliezen. Er zullen ruiten sneuvelen, de gevels zullen aftakelen en het dak zal gaan lekken. Ooit zal het hele bouwwerk weer verdwijnen en plaats te maken voor iets anders. Dat duurt nog vele tientallen jaren, maar het is onvermijdelijk. De mensen die dat gebouw zullen gebruiken moeten nog geboren worden en toch is er nu al de onvermijdelijkheid van een volgend gebouw op die plek.
Wat zegt de dagelijkse gehaastheid eigenlijk nog in zo'n verband?
Beter koesteren we de stilte; het moment waarop verandering al onvermijdelijk is, maar nog niet tastbaar, duizeligmakend of vermoeiend, concreet. Dan is er tenminste nog hoop op een milde regen. (En misschien zelfs zon.)

Donderdag 04 Maart 2010 | Vier reacties