Archief / Contact

Een dag van meningen

Het kan niemand ontgaan zijn: We hebben weer een kabinet versleten en het gonst vandaag van de meningen. De reacties van de politieke partijen liggen aardig voor de hand, maar de reacties van 'het volk' zijn werkelijk schrijnend te noemen. Blader gerust eens rond op een van de landelijke nieuwswebsites met de mogelijkheid tot reageren en je begrijpt precies wat ik bedoel. Vrijwel zonder uitzondering getuigen ze van grote en domme oppervlakkigheid.

Zijn het de uitroepen van een volk dat ontevreden is? Of zijn het de uitroepen van dát deel van een volk dat ontevreden is? Ik denk het laatste. Zij die binnen minder dan een dag met eenregelige meningen op de proppen komen ontbreekt het aan iedere vorm van diepgang of nuance. Zij die reageren alsof een politieke crisis een doelpunt van hun favoriete voetbalclub betreft zijn ronduit meelijwekkend. (Het zal je achterban zijn, zulk volk.)

Je wilt ze het liefst een aai over de bol geven en ze tot rede brengen. Maar tegelijkertijd zou je ze het liefst preventief het stemrecht willen ontnemen wegens 'bewezen incompetentie door stompzinnigheid.' Maar ja, wie ben ik om dát te stellen? Het moderne leven dicteert immers dat iedereen kan en mag roepen of schrijven wat hij wil. Mijzelf inclusief, hoewel ik liever fluister dan mijn stem verhef.

Wel werd ik me vandaag weer eens bewust van de meest hopeloze categorie Nederlanders: Zij die de politiek verantwoordelijk houden voor alles in het leven waar ze zelf niet mee om kunnen gaan. Ze bestaan echt en ze verwachten wonderen van een eventuele politieke ommezwaai. En dan het liefst ook nog op het niveau van hun eigen individu. Ooit las ik de veelbetekenende stelling: 'domheid maakt lelijk.' Collectieve domheid maakt nog lelijker, zeg ik nu.

Zelf ben ik vooralsnog zonder inhoudelijk oordeel. De eerste dag is nog niet eens voorbij. Er is geen haast. Het stuk dat ik hier nu schrijf komt dan ook voornamelijk voort uit mijn verbazing over hen die vandaag ongeremd met meningen strooiden. En uit vertwijfeling, want wat zijn precies de consequenties van de situatie waarin we nu zitten? Ik weet het nog niet.

Mijn gezonde verstand vertelt me dat verandering altijd onberekenbaar is. En dat zij, die er het hardst om roepen, even onberekenbaar zijn. Ik heb nooit begrepen waarom mensen zich soms zo afhankelijk opstellen tegenover de politiek. De enige concrete invloed die wij als mens kunnen uitoefenen ligt tenslotte in de manier waarop we leven. Dát is de grootste en enige macht die in ons besloten ligt.

Zaterdag 20 Februari 2010 | Geen reacties

Acht herinneringen aan de liefde

1. Het was op een lentemiddag op ons schoolplein. Jij tekende een cirkel om onze kindervoeten en iedereen in die cirkel zou elkaar voor altijd lief vinden. Zo stonden we daar. Maar in veel minder dan een eeuwigheid leerde het leven ons dat je niet voor altijd in een cirkel op een schoolplein kunt blijven staan. Ik moest naar huis en liet jou achter.

2.'Sorry, het spijt me zo,' schreef ik op een kaart aan jou en daaronder honderd redenen waarom dat zo was. Het waren redenen van niets voor een excuus dat je niet lezen wilde, zo zei je. Je wist namelijk al precies waar ik spijt van had en waarom. Je liet me met een glimlach spartelen, want je wist dat we het daarna goed zouden maken, héél goed...   

3.Op de fiets het bos door, een heuvel af, een zandweg over en daar, tussen de bomen verscholen, lag het restaurant waar ik je mee naartoe nam. Als ik terugdenk aan hoe onbevangen we die avond aten en dronken en lachten, dan voel ik een met de jaren mild geworden gemis. Je viel die avond in slaap in mijn armen, dat was meer dan ik me wensen kon. Wat waren we toen nog jong, zo jong!  

4.We lagen in het hoge gras en praatten over dromen en maakten onmogelijk realiseerbare plannen voor de toekomst. De droomachtige sfeer van: 'Later, dan...,' en het zachtbruin van je ogen. Toen voelde ik vlinders. Ik kon het niet laten je in je zij te kietelen. Daar kon je niet tegen, zo wist ik. Je overmeesterde me, dwong me te stoppen met kietelen en plantte een kus op m'n mond.

5. Wij, voor het huis en op de tuinbank. Jij rechtopzittend en pratend over van alles en nog wat. Ik liggend, met mijn hoofd op jouw schoot. Ik luisterde naar alles wat je te vertellen had over kleine -menselijke- dingen. Dingen waarover ik zelf nooit zou denken of praten. Jij gelukkig wel en ik genoot ervan. Wij samen in de warmte van de zon die onvermijdelijk eens onderging.

6.Als ik toen geweten had dat mijn liefde jou zo weinig waard was, dan had ik je nooit brieven geschreven, naar steden meegenomen of ook maar een minuut van mijn eindeloze tijd gegeven. Dan had ik al mijn energie kunnen steken in het bouwen van een muur rondom mijn hart. De ochtend dat je me bekende wat je gedaan had moest ik verschrikkelijk huilen.

7. Ooit had ik slechts een vaag beeld van je. Een droom over hoe je ongeveer zou zijn en wat je ongeveer zou doen. Nog zonder dat ik je kende droomde ik over je. Op een feestje van een vriend kreeg je eindelijk een naam en een gezicht. En ik, ik kreeg aan het einde van de avond ik jouw telefoonnummer. Niet eerder was ik zó kriebelig zenuwachtig als tijdens het de volgende dag intoetsen daarvan.  

8.Druipnat van de regen stond ik op je te wachten en jij had een pesthumeur. Samen fietsen we zwijgend vanaf je werk naar mijn huis door nacht en forse tegenwind. Aangekomen sloot jij je op in de badkamer en douchte de boiler leeg, ondertussen maakte ik thee. Later, met rode wangen aan tafel, begonnen je ogen weer te stralen. Je stond op, pakte mijn hand en sleepte me mee.

Zondag 14 Februari 2010 | Geen reacties

Zomaar, een donderdag

Het is donderdagavond en ik ben net thuis. Wat heet in 'een handomdraai' heb ik een bord eten voor mezelf gemaakt en ben aan tafel gaan zitten. Eten combineer ik graag met een andere bezigheid. Het liefst goed gezelschap en gezelligheid. Of bij gebrek daaraan het doorbladeren van kranten, tijdschriften of het internet. Vandaag tik ik met mijn linkerhand dit stukje -letter-voor-letter- terwijl mijn rechterhand een vork tussen bord en mond laat pendelen. Steeds eerst vol, dan leeg.

Het was een gemiddeld drukke dag op het bureau waar ik werk. Wel heb ik een bovengemiddelde hoeveelheid koffie gedronken. De reden daarvoor is mij onbekend. Ik verstuurde vandaag circa twintig zakelijke emailtjes en één email aan mijn moeder. Die vroeg zich af of het hier óók zo gesneeuwd had. Dat had het, dus dat schreef ik terug. Verder beantwoordde ik ongeveer een tiental telefoontjes en verstuurde ik een pakketje per expresse post. In de middag ontving ik een vertegenwoordiger, waarbij ik nauwelijks iets hoefde te zeggen. Hij deed overvloedig het woord en was overtuigd van zijn product. Bij het maken van notities schreef ik m'n zwarte stift leeg. 

Online bestelde ik vandaag vier boeken van twee schrijvers. Beide dood. Een boek over de liefde, een boek over de filosofie, een boek over de pornografie en een boek over het leven zelf. Een handleiding. Het gemeenschappelijke kenmerk van de bestelde boeken is bij toeval Engelstaligheid. Het liefst lees ik hardop uit Engelstalige boeken, om zo de uitspraak van de woorden te oefenen. Ondanks de ongezonde regelmaat waarmee ik het afgelopen jaar boeken ben gaan kopen -en lezen- heb ik nog steeds een handvol strekkende meters plank te vullen.

In mijn pauze deed ik genoeg boodschappen om het weekend door te komen. Op de heenweg naar de supermarkt (400m), zag ik twee mensen onderuit gaan op het wegdek dat oogverblindend schitterde in de zon.

Alles paste gemakkelijk in mijn rugtas, zoveel eet ik niet. Op de terugweg zag ik niemand vallen, maar viel ik zelf bijna. Later vandaag zag ik verder nog een fietser onderuit gaan en een auto de bumper van een andere auto raken, op de helling van een brug. In slowmotion -letterlijk- zag ik de onvermijdelijke botsing zich voltrekken, met blikschade tot gevolg. Op dat moment schemerde het al.  

Ja, ja. Wat een dag, wat een dag.

De rest van deze avond -als ik dit stukje getypt heb en mijn bord leeggeten- doe ik waarschijnlijk niet zoveel meer. Voor morgen strijk ik straks nog een overhemd en misschien poets ik nog een paar schoenen -hoewel vrij nutteloos met deze sneeuw. Daarna pak ik de door mij meest verwaarloosde hobby maar weer eens op: de kunst van het niets doen, helemaal niets doen. En misschien zelfs slapen.

Donderdag 11 Februari 2010 | Drie reacties

Vier vragen en een uitroep!

We zeggen en schrijven zondagmiddag en de wereld is grijs. Een goed moment om aan tafel te zitten met een pot thee, lege vellen papier en de vele gedachten die de afgelopen weken nauwelijks aandacht gekregen hebben -wegens druk. Ze zijn natuurlijk niet wereldveranderend pertinent, maar gedacht zullen ze uiteindelijk toch moeten worden. Bij deze dus, vier vragen en een uitroep!

1- Het is sindskort dat ik me wat bewuster probeer bezig te houden met het begrip egoïsme. De wereld en ik verschillen daarover regelmatig van mening. De definitie staat bepaald niet vast, dus ik bestempel mezelf gráág als egoïst. Valse bescheidenheid vind ik veel erger dan een onverbloemd -en dus onschuldig- egoïsme. Andere mensen vinden dat vaak raar. Ik vraag me af waarom?   

2- Het streven naar perfectie -het sublieme- is een onbegonnen taak, tenzij teleurstelling daarvan het doel is. Het hoogst haalbare is het zo lang mogelijk uitstellen van het onvermijdelijke verval. Alles slijt, je kunt er op wachten. Van een nieuwe vloer tot de meest intense emoties, ooit verdwijnen de glans en drogen de tranen. Maar nooit, nooit stopt het verval. Is dat niet tragisch en mooi tegelijk?

3- Stel ik mij tevreden met minder omdat meer onbereikbaar is? Of wijs ik meer per definitie af omdat ik minder al voldoende vind? Het antwoord op deze vragen bepaalt in grote mate het verloop van een mensenleven. Wijsheid laat zich niet toetsen aan het formaat van een auto of woning en evenmin bestaat er een verband tussen rijkdom, tevredenheid en kunst. Succes is immers nergens aan te meten, dus waarnaar streven we eigenlijk?

4- Sta je stil, dan zegt men dat je eigenlijk moet bewegen. Want na beweging komt vooruitgang. Maar niet vanzelfsprekend, helaas. Het zijn de mensen die zelden stilstaan en die toch nooit vooruit komen, die de motor van onze materialistische consumptiemaatschappij vormen. Het is hoogst ongebruikelijk dat die mensen -die leven volgens het credo 'meer, meer, meer'- zichzelf de vraag stellen: 'Waarom, waarom, waarom eigenlijk?' Waarom eigenlijk?

5- Hoe harder je tegenwoordig iets roept, hoe minder argumenten je hoeft op te voeren. En uitgerekend IK heb verder niets te melden. Dat wat ik te zeggen heb is slechts gefluister in de marge van al het meningen-geweld. Steeds verder bekwaam ik mijzelf in de kunst van het stilzwijgen en zo wordt alles ongemerkt steeds relatiever. Maar word ik toch gedwongen om te schreeuwen, dan verklaar ik je de liefde!

Zondag 07 Februari 2010 | Geen reacties