Archief / Contact

Zappen is voor zombies

Het zal niemand verbazen als ik vertel dat ik geen tv heb.

Oh, wacht...Het verbaasd altijd IEDEREEN als ik vertel dat ik geen tv heb. Op mijn vraag: 'Wat heb ik er dan aan?' blijft het altijd stil. Opvallend is ook dat veel mensen de neiging hebben om te verklaren dat ze óók een hekel aan tv hebben, als ik vertel dat ik geen tv heb. Eigenlijk wil iedereen wel tv-loos zijn, maar om een duistere reden lukt dat niet. Bijna allemaal kijken ze toch stiekem heel vaak en heel lang tv. 

Goed, eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik wel een tv héb. Het is een erg klein exemplaar, staat ergens in de kast en is niet aangesloten. Dat kan ik eventueel doen als het nodig is. Maar feitelijk is het nooit nodig. Dat is de afgelopen jaren wel gebleken. Dus afgezien van de fysieke aanwezigheid van het apparaat zelf, in een kast dus, ben ik tv-loos.

(Er is nu vast een of andere godsdienstige beweging -televisie staat gelijk aan satanische verlokkingen- die mij met open armen zou willen ontvangen. Maar helaas jongens, mijn ziel is al corrupt tot op het bot.)

Heeft het dan geen nadelen, dat niet-tvkijken?

Nee. Wel, ok, ik begrijp de grappen die collega's over reclame's maken nooit. En misschien is dat maar goed ook; ik heb namelijk een hekel aan plaatsvervangende schaamte. Hoogopgeleide mensen reclameuitingen horen reciteren is ronduit pijnlijk te noemen. (Het zegt ook iets over de hedendaagse definitie van 'hoogopgeleid,' natuurlijk.) Nu kan ik al die onzin tenminste afdoen met een simpel: 'Oh, reclame. Zie ik nooit, sorry.'

Het gemiddelde van meer dan drie uur per persoon per dag, daar kan ik met mijn hoofd nauwelijks bij. Misschien is dat anders als je fanatiek tv-kijker bent, dat sluit ik niet uit. Voor een niet-roker is anderhalf pakje per dag immers ook een hele opgave. Maar toch, hoe is het mogelijk? Niet alleen ontbreekt het me aan de tijd voor dat soort fratsen, ook geestelijk lukt het me gewoon niet. Ik ben er gewoon niet toe in staat, wil direct iets anders gaan doen.  

Want: Beste tv-kijker, neemt u hier maar even plaats. Dan pakken wij de trechter alvast. En even later volgt een dikke brij van commerciële boodschappen die naar binnen gedrongen wordt. Ontkomen is onmogelijk geworden. Vergeet ook niet dat de kracht van de boodschap zit in de herhaling ervan. De vorige portie is dus nog nauwelijks verteerd of tevoorschijn komt die trechter alweer. Ja, heerlijk ontspannen. Zo'n avondje op de bank.

Het geeft natuurlijk wel te denken. Staat televisie symbool voor de leegte die mensen in het bestaan ervaren? Is het een halfslachtige poging om een leegte op te vullen met: eeeuhm...meer leegte? Voor mij is het kijken van tv namelijk zo ongeveer de laatste keuze. Als alle andere opties afvallen, dan is daar: tv.

Het is me nog nooit overkomen dat alle andere opties afvielen.

Woensdag 27 Januari 2010 | Twee reacties

Esthetisch cosmetisch

Als ik aan het werk ben, dan roep ik wel eens: 'Het maakt niet uit of het wérkt, als het maar móói is!' Natuurlijk meen ik daar geen snars van, ik roep wel vaker dingen als ik aan het werk ben. Als ontwerper wordt zelfs van me verwacht dat ik af en toe dingen roep. Het allerliefst zou ik echter helemaal niets zeggen en geen mening hebben. Stil blijven.  

De meeste ontwerpen en ontwerpoplossingen ontstaan uit allerhande motieven, maar zelden is bescheidenheid er daar één van. Ik ben een bescheiden ontwerper en een bescheiden mens. Mijn ego is klein als het gaat om ruimtelijke ideeën en klein als het gaat om de verwachtingen die ik van het leven heb. Bovenal ben ik het liefst eerlijk, in doen en denken.

Een docent zei op een lesavond tegen mij: 'Binnen de architectuur is er geen plaats voor cynisme. Cynisme is misschien wel het allerergste!'

Dat maakte weinig indruk, tot de volle betekenis ervan me later die avond raakte. De daaropvolgende dag heb ik me laten uitschrijven als student. Niet alleen voor het vak dat hij gaf, maar voor de gehele opleiding architectuur. Hij had namelijk gelijk. Er ís binnen de architectuur inderdaad geen plaats voor cynisme -terwijl het er juist van doordrenkt zou moeten zijn!

Iedere vezel in mijn lichaam kwam in opstand door het besef dat mij eigenlijk werd verteld om ten alle tijden het cosmetische boven het esthetische te verkiezen. En erger nog: dat tot de hoogste kunst te verklaren. Dat is niets minder dan een afwijzing van iedere vorm van bescheidenheid en het oprichten van een voetstuk om het eigen ego op te plaatsen.

Een kat is een kat en daarover weiger ik met iemand in discussie te gaan. Hetzelfde geldt voor ruimtelijk ontwerpen; een activiteit die ik alleen vanuit het grootst mogelijke cynisme kan beoefenen. Het ontkennen van cynisme als een van de leidende motieven staat gelijk aan het doelbewust nastreven van kitsch als eindproduct. Als dat het streven is, dan streef ik liever niet mee.

Voor een gevoel dat mijn idee vrij precies weergeeft: fiets op een willekeurige middag eens een rondje door de gemiddelde nieuwbouwwijk en kijk goed om je heen. Alles wat zo'n wijk uitstraalt is steengeworden winstmarge per wooneenheid. Lang kun je zoeken naar schoonheid, maar vinden zul je het er niet. Je zult het zien. Sterker nog, je zult er misselijk van worden en zo cynisch dat het een aard heeft. Het ontbreken van schoonheid is een inspiratiebron die geen gelijke kent.  

Wie durft dan nog te beweren dat schoonheid en cynisme zich -na weer een lange dag- niet in hetzelfde bed verstrengelen?

In beide schuilt een deel van de ander, zonder elkaar kunnen ze niet bestaan. Hij die cynisme schrapt blijft in het beste geval achter met een schoonheid die niet compleet is; een schoonheid die geen schoonheid is, maar niets anders dan cosmetica. Er is niets mis met cosmetica, maar alsjeblief: verkoop het nooit als ware het schoonheid. Dat is het namelijk niet en dat zal het ook nooit worden.

Sinds die bewuste avond heb ik er lang over na kunnen denken -zo'n anderhalf jaar-, maar de conclusie blijft nog steeds dezelfde. De redenen om met mijn studie te stoppen waren niets anders dan eerlijkheid en bescheidenheid. Een diepgeworteld verlangen naar de schoonheid die in cynisme schuilt.

Hoor je me dus roepen: 'Cynisme, dat vind ik wel het allerergste...!,' weet dan dat ik gelukkig ben.

En cynisch.

Zaterdag 23 Januari 2010 | Zeven reacties

Brief aan L.

Beste L.,

Je hele volwassen leven breng je al werkend door achter een computer, zittend op een stoel of kruk. Dat moet stoppen. Je moet er gewoon mee stoppen. Het apparaat moet uit. Af moet het zijn; klaar. Wat als ik hem voor je uitzet en nooit meer aan?

Wie weet moeten we gewoon eens zien hoe dat gaat.     

Misschien maakt het je minder onzeker als je stopt de virtuele wereld als maatstaf te gebruiken. Waarschijnlijk voel je je stukken beter als je je concentreert op wie je eigenlijk bent, als mens. Als je probeert te vinden wat je zoekt, in plaats van erop te wachten. Als je minder stil zit achter een scherm en vaker met échte mensen praat.

Het is niet eng -je hebt al bewezen dat je het kan, zo kennen wij elkaar- om te praten met mensen. Op de een of andere manier voel je het allemaal wel aan. Misschien wel te goed om zo stil te blijven zitten. Het staat op je voorhoofd geschreven, maar zelf lijk je dat nog niet te weten. Je hebt nog geen flauw idee van hoe je eruit gaat halen wat erin zit -zoals dat op de meest verschrikkelijke manier heet.

Maar ja: 'Dat zijn slechts vage gevoelens die maar weinig met het echte leven te maken hebben. In het echte leven schiet het allemaal niet veel op, daarom probeer ik mezelf ervoor te verbergen, zo goed als ik kan,' zo vertelde je terwijl je theewater voor ons kookte.

Je moest naar eigen zeggen 'kritischer lezen, kritischer denken en vooral kritischer kijken naar wat je doet.' Dat was de oplossing die je voor jezelf bedacht had. Ik vond het een verschrikkelijk schrijnende oplossing, maar hield mijn mond. Vandaar ook dat ik je nu schrijf.  

Het is precies als met die vreemde geluiden die je soms hoort en waarover je schreef. 'Laat op de avond op het balkon een soort dreunen in de verte,' het maakt je onrustig als je het hoort. Het klinkt volgens jou: 'Alsof er aan de rand van de stad een opslagtank van een raffinaderij explodeert.' Maar deze stad hééft geen raffinaderij, dat moet je weten. Dus hoe kan het dan ooit zo klinken?

Ik wil je vooral zeggen dat je de lat niet zo hoog moet leggen voor jezelf -wat eveneens verschrikkelijk schrijnend klinkt, neem me dat niet kwalijk. Ik wil dat je gewoon eens iets gaat doen zonder je druk te maken over dat soort dingen, en dat je lééft. Als je niet weet hoe je daarmee moet beginnen, maak dan gewoon met een willekeurige beweging. Vooruitgang komt dan vanzelf. Neem die eerste stap en -alsjeblieft- neem hem met overtuiging!   

Al het beste,

Erik

Zondag 17 Januari 2010 | Geen reacties

Mijn gebrek aan ruggengraat

Van de tien goede voornemens die ik had, heb ik er alweer negen opgegeven. Hoe typerend voor het type mens dat ik ben.

Voorbeeld? Stoppen met het eten van overdadige hoeveelheden chocolade koekjes - Mislukt! [Vrouwen opgelet, in mijn keuken bevindt zich het walhalla-der-chocolade-koekjes. Alle vrouwen lopen daar warm voor, zo weet ik. Mits ook zij hun voornemens reeds hebben laten varen tenminste.]

Of het plan om vaker langere stukken te gaan fietsen - Mislukt! Want sneeuw en koud en glad en dus fiets ik zelfs minder dan gebruikelijk. Nou, en zo kan ik dus nog zeven kleine en grote drama's noemen die mijn levensgenot potentieel enorm hadden kunnen verbeteren. Het mocht weer eens niet zo zijn.

Ach, volgend jaar weer een jaar. En wie weet, misschien beschik ik dan over zoiets elementairs als een ruggengraat.

Dinsdag 12 Januari 2010 | Geen reacties

Koning winter

Enig idee hoe 'klaar' ik er mee ben? Werkelijk, ik kan op dit moment geen metafoor bedenken die mijn haat tegen koning winter volledig tot uiting brengt. -Het kan er ook mee te maken hebben dat ik denk/vrees dat mijn linkerhersenhelft bevroren is geraakt toen ik gisteravond naar de avondwinkel fietste om zes blikken bier te kopen, maar dat terzijde.- 

De vijand is buiten en onzichtbaar, maar ik voel hem duidelijk als ik mijn wang tegen het glas leg. De tegenwoordigheid waarmee hij zichzelf over het hele land heeft uitgestrekt doet me denken aan een inktvlek of een virus. Op willekeurig welke kruising ziet men de een na de ander ter aarde storten. Rechts afslaan is verraderlijk deze dagen.

Zelfs in de virtuele wereld laat ie me niet met rust. Lees ik een blog: gaat het over sneeuw en ijs. Kijk ik naar het journaal: gaat het over schaatsen en sneeuwpoppen. Luister ik radio: hoor ik waarschuwingen voor allerhande van zijn bijeffecten. Surf ik rond: zie ik sneeuwfoto's, filmpjes over ijspret, enzovoorts. Twitter: #sneeuw. Hij is alomtegenwoordig als de grootste pestkop en heeft minstens zoveel geduld.

Maar dan het allerergste.

Voor de zoveelste keer, in zoveel weken, zie ik zwarte vlekken voor mijn ogen kruipen. Als dikke insecten kiezen ze een willekeurig pad kriskras over mijn netvlies. Het zijn er veel en het is onmogelijk ze te volgen. Voel hoe het bloed wegtrekt -mijn lichaam niet gebouwd op temperatuurverschillen van meer dan dertig graden binnen een seconde- en ga dan genadeloos tegen de vlakte. Keer op keer val ik flauw. Als een wijf. 

Een mens kan maar bepaalde hoeveelheid vernedering hebben en hij, hij dwingt me keer op keer op mijn knieën. Of erger nog: op mijn rug. De laatste keer was een keer te veel, ik verklaar hem de oorlog! In mij is de radicaal ontwaakt, vastbesloten koning winter te onttronen! Dit moet stoppen, hier moet een einde aan komen! Ruk aan dat zout, warm op die aarde!  

Ik wil voor altijd zon!

Maandag 11 Januari 2010 | Geen reacties

Wat ik mij vandaag afvraag

Waar begin je als je het over een andere boeg wilt gaan gooien? Als je iets hogers dan het alledaagse probeert te grijpen, en vooral begrijpen. Stel dat je het in handen krijgt, of in je hoofd, zou je het dan herkennen?

Het houdt me bezig, want ik zou het graag ondervinden. Dat ik het alledaagse weet de ontstijgen, niet fysiek, maar in gedachten. Ik bedoel geen platte fantasie -er is alijd nog gelegenheid voor platte fantasieën- maar een andere dimensie van de werkelijkheid. Eentje die gelijk iets zegt over die werkelijkheid zelf, en hoe de volgende dimensie te herkennen.

Mijn grote angst is dat zoiets één keer lukt, en daarna niet meer, en dat je dan terug bent bij af. Of eigenlijk nog steeds bezig bent met hetzelfde, bij wat je altijd al deed. Wie wijst je daarin de weg? Is er uberhaubt een weg die te wijzen valt? Of komt zoiets aan op mijzelf als individu, zodat geen enkel ander mij daarbij van dienst kan zijn?

Hoe herken ik de mensen die ook zoekende zijn, en zoeken zij dan naar hetzelfde? Of toch beiden naar iets anders en komt dat eigenlijk niet op hetzelfde neer? Dat zijn zo de overdenkingen waarmee deze avond nu begint. En wie weet waar het zal eindigen?

Woensdag 06 Januari 2010 | Veertien reacties

Definitie van tegenzin

Straks ga ik slapen, droom, en word wakker. Dan sta ik op, maak een eenvoudig ontbijt, smeer brood voor lunch, smeer gel, poets tanden, ontgrendel deur, ontgrendel fiets en dan in ferme vaart naar het centrum van de stad. Naar het atelier waar ik werk en naar de arbeid die wacht.  

Hoe triest, als ik dan weer bij het apparaat sta, water inschenk en de knoppen indruk. Een wereld aan gedachten zal zich ontvouwen gedurende de 22 seconden die het duurt om mijn mok tot de rand met gloeiendhete koffie te vullen. Die seconden, ze bieden mijn fantasie hopelijk voldoende tijd om zich volledig te onthechten van de karige werkelijkheid van dat moment.

De koffie loopt...

...Een internationale trein, een overstap en steeds minder medepassagiers. Daar zit ik, in die ratelende wagon, en probeer een boek te lezen. Mijn ogen, echter, dwalen steeds af. Van de letters naar het voorbijtrekkende landschap. Voorbij de horizon nog, ligt de belofte van mijn bestemming: grijs water, grijs schuim, grijs zand en grijze lucht.

Aan het eind van het traject stap ik uit in leegte, als enige op een verlaten perron, waar zandduinen zich gevormd hebben. Ik rits mijn jas dicht tot strak onder mijn kin, gooi mijn tas over mijn schouder en plooi mijzelf naar het onregelmatige ritme van de wind. Slechts momenten verwijderd nog, van waar volledige doelloosheid mij bracht; een eerste blik op zee.    

Hier is alles simpel. Er is water, er is zand en er is de straffende invloed van het weer, die hier alles dubbel zo snel doet verouderen. Het zomers toerisme vormt een bron van inkomsten die de inwoners in een eenvoudig bestaan voorziet. Nu ben ik de enige betalende logé in een klein café/pension, direct aan het strand gelegen.

Hoe fijn om later in de avond een rode wijn te bestellen, bij het barmeisje dat de taal spreekt van een land dat voor mij minstens zoveel mysteriën kent als het donkerbruin van haar ogen. Die nacht een onverwacht geraffineerd spel van ontrafeling en overgave. Nat haar dat plakt tegen het gloeien van mijn huid...

...Het apparaat kreunt.

Met de mok koffie in twee handen loop ik de trap af, negen treden. Het is dan nog twintig stappen naar mijn werktafel, waar mijn leven zich -voor minstens acht uur lang- weer samenvoegt met de totale fantasieloosheid die arbeid eigen is. De inperking van mijn ziel krijgt gestalte in de vorm van 'uitzicht' op een binnenplaats, bestaande uit een triestige berk en twee vierkante meter grind.

Grijs grind, dat wel.

Zondag 03 Januari 2010 | Twee reacties

De eerste van januari

Tafels dragen hun last van lege flessen en peuken van opgerookte sigaretten. Oude en nieuwe herinneringen vloeien hier in elkaar over, met gelach en gejoel en gesprekken zowel breed als diep. In onze hoofden de flarden en echo's van de nacht en dronken beloftes aan al het nieuwe.

Het lijkt alsof er lucht gekomen is tussen dat wat december in ons gecomprimeerd heeft. Gevoelens van urgentie en eindigheid, ze maken plaats voor iets veel lichters. We lijken eindelijk weer te zweven, al is het van pure lichtzinnigheid.

De vraag is: wat nu?

Een nieuw jaar, we kunnen het onmogelijk consumeren als ware het een zak drop. Toch moeten we er iets mee. We gaan een kant op. Waarheen? Geen idee. Waarom? Ook geen idee. Maar we gaan wél. We hebben geen keus, dus we gaan. Maar niet zonder voornemens. Zonder voornemens zijn we nergens.

Wat ons zal overkomen, we zullen zien. Over precies één jaar blikken we weer terug én vooruit en denken dan waarschijnlijk iets soortgelijks. Een gedachte die zich tot in het oneindige kan blijven herhalen. Maar laten we nu -verkerende in een aangename toestand- eerst opmerken dat het jaar zich voor ons uitstrekt als een lome kat in het ochtendlicht. En het koesteren.

Dat is, tenslotte, een begin.

Vrijdag 01 Januari 2010 | Twee reacties