Dit jaar kan geen hoop meer bieden, en ook geen troost. Het is kaal, het is op, het is leeg. Klaar voor verbanning naar het domein van de steeds vager wordende herinnering. Laat nu snel de onvermijdelijkheid der feestelijkheden aanvangen, want tegelijk ik er klaar mee ben, ben ik er klaar voor.
I search in snow, in vain/For your footsteps trail/I have to kiss them/With my scalding tears/Until I see the ground
(soap & skin - extinguish me)
Stilletjes zit ik in m'n atelier, achter m'n werktafel, op sneeuw te wachten. Het is al donker en koud, er valt alleen nog niets. De rest van het pand is verlaten, de mensen zijn naar borrels, afspraken, etentjes. Ik ben nog alleen over, er brandt nog één lamp, en ik drink thee met citroen.
De hele dag heb ik gewerkt aan het ontwerpen van een constructie die glazenwassers in Amsterdam ooit in staat zal stellen hun werk te doen. De constructie komt te hangen in de enorme vide van een enorm gebouw, dat over een paar jaar gebouwd gaat worden. Met ladders zouden ze machteloos zijn, die glazenwassers, daarom ontwerp ik een constructie voor ze. Ooit zullen ze me dankbaar zijn, hoop ik.
En ondertussen wacht ik op sneeuw.
Het fijnst vind ik de sneeuw op het moment dat ie valt, dan fiets ik er graag doorheen. Als ie er eenmaal ligt, verblubberd en bruinzwart -dat is al snel in de stad-, dan is de lol er wel weer af. Daarom wacht ik met naar huis fietsen tot het volop sneeuwt en ontwerp ik voorlopig nog even verder aan die constructie voor die glazenwassers.
Als er flink sneeuw valt, straks, dan zal de stad zich vertragen tot bijna stilstand. De meeste mensen zullen binnen blijven, de stadsgeluiden zullen verstommen en wat dan nog overblijft is niets anders dan een vredig-dwarrelen-der-vlokken, met hier en daar wat fietsers, onderweg naar huis of kroeg.
Het wordt een fijne avond ter besluiting van een verder totaal onbelangwekkende dag. Mijn tas staat klaar, vol lekker eten en flessen wijn. Ik heb d'r zin in. Ik hoop jij ook.
1. Ja, de laatste dagen, én de komende tijd is het hier wat rustiger dan mij gebruikelijk is. Kortere stukjes en een grotere interval, om over vooral de inhoud maar te zwijgen.
Ik kamp overigens met niets anders dan ouderwetse kerststress. Of beter, de kerststress van anderen. Ikzelf blijf er altijd vrij rustig onder, kerst. Ik wilde zeggen: nuchter, maar dat is in dit verband niet het juiste woord.
Lees verder
De eerste vuist trof me op mijn rechterwang, net onder mijn oog. Daarna voelde ik een knie in de flank waar ik mijn linker nier vermoedde en ik klapte dubbel. Twee bijna moeiteloze handelingen -voor iemand van twee koppen groter- en ik lag op de grond, machteloos.
De serie handelingen die daarop volgde kan ik me alleen nog herinneren als een onsamenhangende waas, pijnscheuten inbegrepen. Happend naar adem en klauwend naar het leven, voelde ik uiteindelijk zijn schoen en zijn gewicht in mijn nek, terwijl hij over me heen stapte en lachend met zijn vrienden naar buiten liep.
Laat me een dromerige wereld voor je scheppen. Een wereld zonder buitenwereld, maar met een lucht zo helder als je ogen die mij aanstaarden op een zomermiddag.
We lagen op het gras, op een kleed, in de zon. We praatten over dit en over dat, maar eigenlijk over niets. Ik vertelde je dat ik er niet goed in ben, dat praten over niets. En dat het fijn is om met iemand te kunnen praten over niets.
Je tastte tussen ons in en haakte jouw vingers in de mijne.