Archief / Contact

Fietsen door de stad, deel twee

Bij het volgende stoplicht was het alweer raak. We stopten. Dit keer positioneerde ik me nog net even wat doordachter, precies in haar dode hoek. Veel moeite kostte dat niet. Ik vermoedde dat haar dode hoek plaats bood aan een volledige drumfanfare, zonder dat ze een idee had kunnen krijgen waar die muziek nou precies vandaan kwam.

Ze maakte onrustige bewegingen met haar hoofd, maar het lukte niet. Vervolgens ging ze lopen frutten aan de spiegeltjes op haar stuur, om zo te kunnen zien of ik nog ergens was. Toen ze dat voor zichzelf bevestigd had onstonden er rode vlekken in haar gezicht. Rode vlekken van woede. Stilletjes genoot ik van dit volslagen stompzinnige toneelstukje. Twee tegenspelers, een openbaar decor. Ik de stoïcijn, zij het zelfbenoemde slachtoffer.   

'Ga weg!' begon ze te roepen in de ruimte achter zich.
De andere wachtenden -die inmiddels ook aangeschoven waren- tastten volledig in het duister. Ze keken een beetje vragend om zich heen, naar elkaar en naar mij.
 'Ga weg!'
Met mijn meest neutrale gezicht en een te verwaarlozen schuldbewustzijn in mijn achterhoofd haalde ik mijn schouders op.
'Ga weg!'
Het prutsen aan een loszittend stukje tape van mijn stuurlint deed me vervolgens verveling vijnzen.
'Ga nou weg!'
Natuurlijk bleef ik staan.

Zondag 29 November 2009 | Eén reactie

Op zoek naar één of meerdere hoeren?

In Stockholm.

Geeft niets! Schaamte is nergens voor nodig, alle hoerenlopers zijn hier welkom! Nou ja, dat verwachten sommige van mijn bezoekers in ieder geval wel. Ben je hoerenloper en kom je op deze site terecht, dan is dat waarschijnlijk per abuis of via een eerder geschreven pagina. Nu haal ik -dit keer bewust- dus een fijne van-het-kastje-naar-de-muur met je uit. Tenminste, als je op zoek naar hoeren bent. Hier is geen enkele verwijzing naar een echt bestaande hoer te vinden, namelijk.

Het valt niet mee om een hoerenloper te zijn met de beschikking over Google. Althans als ik de statistieken van deze site moet geloven, want deze site vormt een ware magneet voor hoerenlopers. Het grootste aantal bezoekers komt hier -tevergeefs, dus- via onze almachtige zoekmachine en gebruikt daarvoor een combinatie van de zoekwoorden 'Stockholm', 'hoer', 'hoertjes' en/of  'hoeren'. Sommige bezoekers doen daar nog een schepje bovenop en bezigen daarbij adjectieven die variëren op het thema 'anaal'.

Lekker dan.

Opvallend veel van die bezoekers, zijn specifiek op zoek naar een meervoudsvorm van het woord hoer. Ze hebben -denk ik- nogal wilde plannen voor als ze eenmaal in Stockholm zullen zijn. Zonder uitzondering komen de zoekopdrachten uit Nederland zelf en dus niet van Nederlandstaligen die zich al op Zweedse bodem bevinden, zoals je misschien zou verwachten. Ja, ook een hoerenloper gaat blijkbaar goed voorbereid op reis.

Wat al die lui hier doen? Welnu. Eén keer heb ik het woord 'hoeren' in een tekst gebruikt, en voilá, dat is voldoende gebleken om een regelrechte publiekstrekker te publiceren. Dat was totaal onbewust natuurlijk. Het betreffende stukje tekst gaat immers niet over 'hoeren' of andersoortige 'anale avonturen'. Integendeel.

Ik schreef in het -volledig onschuldige- stukje over een mooi meisje dat een sigaret kwam bietsen, toen ik 's nachts op een brug in Stockholm stond te roken. Meer niet. Écht niet. Lees maar. Als ik de statisieken beschouw als een marktonderzoek voor een (nog) groter lezerspubliek, dan zal ik dus toch over andere onderwerpen moeten gaan schrijven. Over hoeren om precies te zijn, want dat is wat de mensen willen: hoeren. Zo simpel is het.

Nu heb ik persoonlijk geen enkele fysieke ervaring met hoeren, dus ik weet nog niet zo goed waar inhoudelijk te beginnen met het schrijven over hoeren. In ieder geval zat ik te denken aan een -puur op fictie gebaseerde, dat spreekt voor zich- serie stukjes over mijn belevenissen als hoerenloper met een anale fixatie in Stockholm. Daar is een niet te onderschatten markt voor. Ik zweer het.

Donderdag 26 November 2009 | Geen reacties

Vonnis bij het stoplicht

Een regenachtige ochtend. Ik was op mijn fixie, zij op een brommer. We stonden stil bij een afritkruising, waarbij de verkeerslichten wegens drukte onmogelijk te negeren waren. Het wachten was op groen licht en dat kwam uiteindelijk. Ze trok op, ik zette aan en voelde m'n zere knieën in een doorweekte broek.

De brommer hoestte een vettige golf blauwe gassen uit die werd neergeslagen door de regen. Arme brommer. Ooit ontworpen voor de strakke figuurtjes van mooie Italiaanse meisjes, hier kreunend onder een lelijke uit de klei getrokken massa mens in pleurisweer.

Ik zuchtte en bedacht me dat een veroordeling op uiterlijk soms volledig te rechtvaardigen is. Bij veel te dikke mensen op brommers, bijvoorbeeld. De strafmaat zou moeten bestaan uit een leven lang fietsen met een stevige tegenwind, tegen een berg op, in combinatie met maaltijden die bestaan uit slechts gezond en gevarieerd voedsel.

Wedden dat veel van die te dikke mensen, die op brommers rijden en nooit fietsen, bij het horen van het zojuist gevelde vonnis direct in hoger beroep zouden gaan? Te dom helaas, om de legitimatie ervan, voor hun eigen bestwil, te kunnen doorgronden. Wat je noemt: droef te moede.

Zaterdag 21 November 2009 | Twee reacties

Uit wandelen in het rijk van het midden

De logica van het verkeersplein ontging me volledig. Links, rechts, alles had ongeveer zeven banen. Heen en weer. Overal hingen onduidelijke verkeerslichten. Auto's leken te gaan rijden op onzichtbare tekens. En op het kruispunt stonden acht mannen in uniform met fluitjes en witte handschoenen, wiens aanwijzingen ook niet te ontcijferen waren.

Al de eerste oversteek van vijftig meter bekocht ik bijna met mijn leven. Het bracht me slechts halverwege. Acht boze fluitjes snerpten en zestien witte handschoenen gebaarden van alles in mijn richting. 'Jij domme, domme Westerling. Dit is pas een échte stad en hier gelden onze regels! Let dan ook op!'

Het aanhaken bij een groepje zakenlieden -die de logica duidelijk wel zagen- was uiteindelijk mijn redding. Zonder die zakenlieden had ik daar nog steeds op die vluchtheuvel gestaan. Nu, drie jaar later.

Dinsdag 17 November 2009 | Drie reacties

Goedkope metaforen, deel vier

Omdat de dure waardeloos zijn.

Laatst vroeg P. mij, om hem de definitie en de reden van metaforen te geven. Want waarom zou iemand zich in godsnaam van zoiets oppervlakkigs moeten bedienen om zich verstaanbaar te maken?

Welnu beste P., weet je dan niet dat metaforen de blindgangers zijn van het slagveld dat leven heet, en dat ieder slagveld blindgangers nodig heeft? Zonder blindgangers zou je een halve eeuw later -tijdens het graven van een gat- onmogelijk kunnen stuiten op een vijfhonderdponder die op scherp staat.

Zonder blindgangers zouden we sneller worden vergeten. Daarom, dus, bedienen we ons van zoiets oppervlakkigs als metaforen. We leggen ze te ruste, begraven ze in onze gesprekken, laten die verstillen en we wachten. Dan, ooit, komt er iemand die de taak op zich neemt te gaan graven.

Wat als wij dan slechts zouden bestaan uit alleen het saaiste zand? Volgens mij wil niemand alleen daaruit bestaan als er eenmaal gegraven wordt. Het zou geen eer doen aan diegene die de taak tot graven op zich genomen heeft. Nee, de zorgvuldig onder onze oppervlakte verborgen blindgangers verheffen dat graven tot méér dan alleen het maken van een domme kuil.

Ze maken het onvergetelijk.

Zondag 15 November 2009 | Eén reactie

Vreemde stad

Onverwacht en met grote haast moest ik naar een mij vreemde stad om iets weg te brengen. Buiten het station sprak ik de eerste de beste voorbijganger aan en hij antwoordde alsof hij daar al de hele dag stond te wachten tot ik hem een vraag kwam stellen.

Zonder aarzelen antwoordde hij: "Oh, ja hoor. Hier ben je in ieder geval helemaal verkeerd. Als je naar de andere kant van Centraal gaat, dan moet je daar de trap af. Dat is dus eigenlijk de achterzijde, de kant zonder winkels. Dan moet je daar oversteken bij het stoplicht. Let trouwens vooral niet op dat stoplicht, er rijdt toch bijna geen hond daar. Aan de overkant ga je linksaf, dan de tweede of derde rechts, dat weet ik niet precies. Je herkent de straathoek in ieder geval aan een groentewinkeltje. Zo'n Turk. Of nou ja, ik weet eigenlijk ook niet wat ze er precies verkopen, of waar hij vandaan komt. Zoiets in ieder geval. Er staan daar allemaal van die rekken met fruit buiten voor de deur, sinaasappels en zo. Het is een vrij smal straatje, maar wel lang, en het loopt een heel eind naar beneden richting het water. Die straat moet je dus in, en dan doorlopen tot het einde. Dan daar nog een keertje rechtsaf, en dat is de straat waar je moet zijn. Je moet dan maar even zien waar het nummer is dat je moet hebben. Vanaf daar is het gewoon een kwestie van het water volgen, dus dat komt vast wel goed. Alleen bij de rotonde, bij de brug, is het een beetje verwarrend. Anders moet je het daar nog maar een keer aan iemand vragen. En als het meezit hoef je natuurlijk helemaal niet zo ver door te lopen. Dus: die trap aan de achterzijde van Centraal nemen, oversteken, links, dan rechts bij die groentewinkel een lange smalle straat in die afloopt richting het water, en dan aan het einde van de straat nog een keer rechts, en dat is dan de straat waar je moet zijn. Heb je dat?"

'Nou en of.'

Vrijdag 13 November 2009 | Geen reacties

Stappenplan: willekeurige woensdag

Introductie. Zeggen dat je iets gaat introduceren, dan doen. Wie? Ik. Wat doe ik? Ik loop. Om wat te doen? Dat en dat. Gevolg is: ook dat. Dan een constatering. En dan een beslissing. Want immers dat en dat. En dan het daadwerkelijke doen!

Dan een moment in de tijd en een gevolg.  En dan het denken dat. Dan het denken dat niet, want anders! Nee, dat écht niet. En dan een waardeoordeel. Het is lekker, goddelijk zelfs. Vervolgens een omschrijving. Ik vertel over de soort, de kleur, het type en de uitvoering. Dan zeg ik dat ik een laatste iets ga doen. Anders dan dat, dan einde.

Woensdag 11 November 2009 | Vijf reacties

Vermoeidheid

Moe ben ik. Oh, zo moe. Moe van alles om me heen, van alles wat ik doe. Van alles wat moet, want er moet zoveel. Met luiheid heeft mijn vermoeidheid niets van doen, het is een onontkoombaar schoolvoorbeeld van oorzaak en gevolg.

Van donker en koud naar donker en koud fiets ik, om vervolgens te kort te gaan slapen. Week zesenveertig en dat zegt genoeg. De laatste loodjes van een jaar dat overweldigend vol was. En met planken die bezwijken onder de plannen voor het volgende. U zou ook moe zijn na zo'n jaar en met zulke plannen. Oh, wat ben ik moe...

Maandag 09 November 2009 | Eén reactie

Vicieuze cirkels

Laat mij hier over iets kleins schrijven. Kleine cirkels om precies te zijn. Want hoe ongeduldig ik ook ben, van enige vooruitgang is geen sprake meer. Dat is de tijd van het jaar. Mijn eenzame gedachten condenseren slechts langzaam op deze vroege koude novemberochtenden. Met moeite kan ik me  op deze momenten -voor slechts heel even- je naam weer herinneren.  

Dan ril ik en mijn hart lijkt geen regelmatig ritme meer te kunnen vinden. Het vormt een dof dreunen dat zich steeds meer aan mijn bewustzijn opdringt. Het is niet goed. Dit is niet goed.  Niets is goed, al lang niet meer. Sinds de dag dat ik je naam vergat ben ik ook een beetje van mezelf vergeten.

In de woonkamer zijn glazen, flessen en een tafel die al jaren gedwee zijn lasten draagt. Een oppervlak vol sporen die altijd zichtbaar zullen blijven. Ze zijn vervaagd, maar nooit verdwenen. Een volstrekt willekeurige compositie van kringen die wijnrood waren op de ochtend van de nacht dat je hier was en nu zo bruin als roest.

Op novemberochtenden volg ik met mijn vinger die vervaagde cirkels tot in het oneindige. En mis je evenredig.

Woensdag 04 November 2009 | Eén reactie