Archief / Contact

Arbeid

Het was halverwege de dinsdagmiddag, ik schoof een stapel lege kratten voor me uit en trok sporen door de sneeuw. Toen ik op een verborgen richel in de bestrating stuitte viel de bovenste krat er aan de voorkant af. Ik hurkte om hem op te rapen en kreeg een voltreffer in mijn nek. Het grijnzende gezicht van mijn collega, R., zag ik bij het opstaan nog net om de hoek van het gebouw verdwijnen.

De eerstvolgende pauze had alles weg van een slachting: ik liep in een hinderlaag en riep versterking in bij de mannen van de werkplaats. Een genadeloze veldslag volgde. Daarna dronken we, uitgeput en met rooie wangen, onze koffie.

Zaterdag 30 Mei 2009 | Geen reacties

Op het vliegveld

Af en toe, dan schaam ik me er wel een beetje voor. Toch moet ik het eerlijk toegeven. In de afgelopen jaren heb ik al zoveel vliegvelden gezien, dat ik het inmiddels als luxe ervaar om even niet te hoeven/willen reizen. Niet dat ik iets tegen reizen heb, nee het zijn de vliegvelden die het 'm doen.

Het maakt niet uit waar je ook in- of uitstapt, overal zien ze er hetzelfde uit. Ik heb dan altijd het gevoel dat er iets niet klopt. Het gevoel krijgt voornamelijk gestalte door de eenvormige commercie die er kan bestaan doordat andere initiatieven er geen kans krijgen. Hier zijn de multinationals aan de macht. Zowel bij het in- en uitstappen van het vliegtuig kom je langs dezelfde winkels, alsof er helemaal geen duizenden kilometers tussen de beide bestemmingen liggen. Het is als de ergste nachtmerrie van een afgevlakte wereld zonder smaak, geur en kleur. Zelfs de losse stukken fruit op het vliegveld hebben tegenwoordig een merk.

Waar is de romantiek van het reizen gebleven?

De enige oplossing voor mijn aversie, tegen vliegvelden en het gebrek aan reis-romantiek, was tot voor kort het onderweg lezen van goede boeken. Dat ging altijd goed tot de laatste keer dat ik op reis was. Ik bleek een kapitale fout gemaakt te hebben bij het kiezen van een boek voor onderweg. Dus daar zat ik dan op zo'n verschrikkelijk vliegveld, met een grote hekel aan dergelijke vliegvelden, een verhaal lezend over...een man op een vliegveld.

Donderdag 28 Mei 2009 | Geen reacties

Slapeloze nachten

Vannacht was er één van weinig slaap en veel bliksem. Ook zonder de bliksem was het waarschijnlijk een nacht van weinig slaap geworden, net als de nachten hiervoor. Zo heb ik ze het liefst, de nachten. Donker, stormachtig, en helemaal voor mezelf. Zittend op mijn bureau, met het dekbed om me heen geslagen, kijkend naar de stad. Tijd om na te denken. 

Vannacht zag ik hier en daar de verlichting aan gaan bij de huizen in de buurt. Waarschijnlijk gewekt door het oorverdovende kabaal van de talloze inslagen in de twee bouwkranen verderop. Ze kregen behoorlijk wat te verduren, tijdens dit on-Nederlandse schouwspel. Mijn gedachten zochten onwillekeurig naar de herinnering aan een droom die ik ooit had over een zwaar onweer.

In mijn droom zat ik op het trapje, voor een eenzaam houten huis met een grote veranda, dat stond op een kale vlakte. Vanaf de veranda, waren de zware onweersbuien op vele kilometers afstand al te zien aan de horizon. Wollige zwarte strepen die een diep gegrom over de stoffige vlakte lieten rollen en langzaam dichterbij kropen.

De warmte was broeierig en ik verlang nog regelmatig naar de geur van de eerste dikke druppels die vielen op het ruwe hout van het trapje en de veranda. Het druppelde een tijdje, voordat de échte regen begon. De warme windvlagen deden het huis piepen en kraken. Een genadeloze klap deed de ruiten in hun sponningen trillen, ontlading!

Zo zat ik daar te denken, op mijn bureau, mijn ritueel der slapeloosheid. Als ik nog niet wil of kan slapen en 's nachts zoete thee maak, ga ik vaak terug naar de herinneringen aan die droom over het onweer. Vooral de eerste druppels. Vannacht liepen de droomwereld en de werkelijkheid eventjes synchroon. Alleen het houten huis met de grote veranda ontbrak nog.

Dinsdag 26 Mei 2009 | Geen reacties

Kassa zeven

Er was een meisje, ze stond voor me in de rij en had een grof gebreid vest aan. In de hele winkel was ze tot nu toe de enige persoon, waarvan ik dacht dat er misschien wel een goed gesprek mee te voeren zou zijn. Alsof ze vanuit een andere wereld per ongeluk hier terecht was gekomen, alle anderen bewogen zich als schimmen in het schelle licht. Ik wist toen al dat ik er nooit achter zou komen, want ik zou m'n mond houden, als altijd.

Haar gezicht leek me enigszins grof, voor zover dat af te leiden was uit de spiegelingen in de glazen deuren van de koelingen naast ons. Grof, maar op de mooie manier, net zoals haar vest. Nog even en ze was aan de beurt, dan zou ik haar ook en profil kunnen zien. Ik merkte dat ik met mijn duim zenuwachtig aan de portemonnee in mijn linker jaszak aan het frunniken was.

Denk er aan. Vrouwen zijn ook maar mensen. Ook de mooie, ja.

Ze had een opvallend mooi figuur, een rechte houding en een mandje vol met verantwoorde producten. Ik schatte die variabelen ongeveer evenredig met elkaar. Treurig wierp ik een korte blik in mijn eigen mandje met daarin een paar halve liters bier en wat gemaksvoedsel om het weekend door te kunnen komen. Ik overwoog om stilletjes uit de rij te stappen en al mijn boodschappen om te ruilen.

Wat zou ze straks denken als ze mijn boodschappen vlak achter de hare in de richting van de caissière zou zien schuiven? Ik vreesde dat ze niet bepaald onder de indruk zou zijn en misschien een vluchtige blik naar achter zou werpen om ook de evenredigheid tussen mij en mijn boodschappen vast te kunnen stellen. Wellicht zou ik haar daarmee te kunnen verbazen en probeerde m'n lijf ook een rechte houding te geven. Ondertussen bestudeerde ik aandachtig alle prijzen op het rekje met chocoladerepen en rollen drop.

Haar beurt.

Als in slowmotion draaide ze zich bij om de cassiere aan te kijken. Ze was nog mooier dan ik had verwacht en in mijn hoofd wist ik mijn gedachten even niet meer te sturen. Mijn duim begon nog zenuwachtiger aan m'n portemonne te prutsen. Ergens in de verte hoorde ik een gerucht over een bonuskaart. Huh? "...bonuskaart" zei ze, "of je misschien een bonuskaart hebt?" Ik schrok hakkelend wakker uit mijn gedachtewereld, "Ow..., uh uh, ja natuurlijk, m-m-moment..."

Ik haalde mijn portemonnee tevoorschijn en trok ongecontroleerd het klepje los waarachter ik mijn bonuskaart vermoedde. Een stortvloed aan kleingeld ratelde neer op de tegelvloer tussen ons in. "KUT!" riep ik, terwijl ik beteuterd naar het lege vakje keek. Voordat ik de situatie kon overzien was het meisje al naar de grond gedoken om mijn kleingeld bij elkaar te rapen. "Hier" zei ze, terwijl ze gebaarde om het lege vakje dichter bij haar hand te houden.

Met het schaamrood op m'n kaken liet ik haar al het kleingeld weer in het vakje stoppen. Toen het er allemaal weer in zat, wist ik nog net een "dankjewel" uit te brengen. Onnadenkend prutste ik mijn portemonnee direct weer terug in de veiligheid van m'n jaszak. "Wat doe je nou?" vroeg ze en ik voelde mezelf nog verder wegzakken in het moeras van m'n eigen handelingen.

"Shit, die stomme bonuskaart natuurlijk, ontzettende knuppel dat je er bent!" galmde het nog door m'n hoofd. Ik stond er een beetje verloren bij te wachten, met troebele gedachten, als een schim in het schelle licht. En ik hield verder mijn mond, als altijd.

Dinsdag 19 Mei 2009 | Eén reactie

Transformatie

Even buiten de hoofdingang zorgt de regen dat de naar beneden dwarrelende bladeren direct op het wegdek blijven plakken. Het asfalt verandert hier gedurende de herfst langzaam in een vuurrood tapijt, en niet veel later in bruine prut. Tot uiteindelijk, op een gunstig droog moment, de bladblazers en bezemwagens komen. Het zal nog maanden duren, voor het asfalt weer asfalt is.

De taxi's die af en aan rijden doen het water uit de kuilen in het wegdek opspatten. Iedereen die hier bij regenachtig weer eerder is geweest, blijft minstens een meter bij de stoepranden vandaan. Dat goede voorbeeld wordt, voor de mensen die hier nog niet eerder bij regenachtig weer waren, vaak tevergeefs gegeven met een nat pak als gevolg. Iedereen daarvoor waarschuwen zou een dagtaak zijn, op regenachtige dagen.

Laag in de lucht drijven enorme plukken watten langs, ze slokken alle geluiden van de stad in zich op. Geluiden van verkeer, rammelende winkelwagens, gechagrijn en liefdevol gefluister op verboden plaatsen. Grote en kleine geheimen, ze stijgen ongemerkt op uit onze afgebakende wereld van kuilen vol water en bruine prut. Daarboven worden ze meegevoerd naar onbekende bestemming.

Eindeloos veel mijlen verder vallen ze weer terug naar de tastbare wereld in de vorm van grote druppels, de geheimen inmiddels on-interpreteerbaar geworden. Ze lossen langzaam op in een zacht gefluister op de glimmende klinkers van een plein.

Zondag 17 Mei 2009 | Geen reacties

Ochtendspits

Het centraal station strekt zich voor me uit, het is spitsuur. Ik kom hier dagelijks onderweg naar mijn werk, zonder dat ik met de trein hoef. De ruimte is overzichtelijk en ruim van opzet, maar de aanwezigheid van een grote hoeveelheid mensen verpest alles.

Hordes mensen krioelen door elkaar heen, een ieder met z'n eigen doel. Ze zijn blind voor al het andere. Het is een massa van lange beige regenjassen en zonder besef van mode. In een eindeloze beweging over de vloer van de hal, alsof ze volgens een onmogelijk patroon een web aan het weven zijn.

Onvermijdelijk sluipt er zo nu en dan een fout in en raken ze met elkaar in de knoop. Iedere keer zorgt dat op zijn minst voor gezucht, en vaker chagrijnig gezeik. Uiteraard is niemand de schuldige, en dus wijzen vingers naar elkaar. Keer op keer.

Het wordt vandaag een grijze maandag en de stemming is op dit vroege uur al overeenkomstig. Ik kijk er rustig naar vanaf een plek aan de zijkant, met een bekertje koffie om mijn handen aan te warmen. Zonder haast en blij dat ik niet blind ben word ik langzaam wakker.

Dinsdag 12 Mei 2009 | Geen reacties

Een avond in de stad

We waren een avond in de stad. Veel concrete herinneringen heb ik echter niet meer aan die avond. Met de tijd van jaren is alles langzaam wazig geworden. Ik heb bijvoorbeeld geen idee meer over welke grootse toekomstplannen we het die avond gehad hebben. Laat staan of er inmiddels iets van die plannen terecht gekomen is. Wel weet ik dat we soms nog van die avonden in de stad hebben, en ik denk dat ik over een aantal jaar hetzelfde over de huidige avonden kan zeggen.

Ik zou eigenlijk niet anders willen.

Wel herinner ik me nog goed, dat ik destijds een véél opvallender kapsel had dan nu. Er was een meisje in de stad dat niet van mijn haren af kon blijven. En ik geef toe, daarna ik niet van haar. Tegenwoordig heb ik geen kapsel meer waar meisjes speciaal aan willen zitten, het is een kapsel als ieder ander. Voor het kapsel zijn andere kwaliteiten in de plaats gekomen. Ik ben, godzijdank, meer ingetogen geraakt en een flink stuk de diepte in gegaan. De herinneringen zullen in al hun wazigheid wel blijven bestaan, een fijne gedachte.

Die avond hebben we gelachen en gedronken. Onveranderlijke zekerheden waren dat in die tijd, in tegenstelling tot onze toekomstplannen, kapsels of meisjes. Het zijn nog steeds zekerheden en dat zullen het ook blijven. En we bleven tot op zijn minst tot té laat in de stad. En soms nog langer. Uiteindelijk liepen we dan terug naar huis. Kilometers.

Niet dat we geen fiets hadden, nee dat lopen was gewoon een keuze zonder argumenten. Iedere week weer en misschien alleen maar voor het gevoel. Simpelweg lopen door de stilte van de nachtelijke uren. Nog met de gons van muziek dof in onze oren. Niets beter dan de slapende stad zonder alle geluiden, het verkeer en mensen, met al hun mensen dingen.

De stad was van ons, de toekomstplannen kwamen vanzelf.

Thuis bij de wasbak nog een plens koud water en een halve poging tot het poetsen van onze tanden. Te teut om nog maar de moeite tot uitkleden te nemen of een deken opzij te slaan. Achterover neerploffen, en dat was het dan wel. Gevolgd door de beste uurtjes slaap van de week. Dan volop dronken dromen waarin het achterover neerploffen eindeloos leek. Tot we eindelijk door het eerste daglicht werden geraakt.

Maandag 04 Mei 2009 | Geen reacties

Bubbeltjesplastic

Ooit deed ik op de kunstacademie een project met bubbeltjesplastic. Gewoon alsof het de dagelijkse gang van zaken was, met acrylverf, paraffine, vlokken aluminium en dus bubbeltjesplastic. In de juiste verhoudingen en volgorde op elkaar aanbrengen en het zag eruit als gekleurd kristal. Met genoeg geduld kon ik er de meest waanzinnige 'dingen' mee maken. Het werd pas vervelend toen ik er daarna ook nog een verhaal bij moest houden over het hoe en waarom van mijn handelen.

Het thema was immers 'fruit' en ik kwam aan met op kristal gelijkende 'dingen' in allerlei felle kleuren, op basis van bubbeltjesplastic. Het materiaal was volgens de docent echter wel een mooie metafoor voor het alledaags bestaan, waarin het credo 'hoe vager, hoe beter' nooit kans van slagen heeft. In de echte wereld gaat het immers om een consistent verhaal, en niet om de kwaliteit het geleverde product. Op die manier kun je zelfs verpakte lucht aan de man brengen, zo werd mij verteld. Creativiteit is 'leuk', maar er moet wel geld mee te verdienen zijn, natuurlijk.

Het doe-maar-gewoon-dan-doe-je-al-gek-genoeg-syndroom in werking. Op een kunstacademie, nota bene! De echte wereld is in al zijn nuchterheid werkelijk om te huilen, en toch zullen de meeste mensen denken dat je knettergek bent als je van het gebruikelijke pad af durft te slaan. Het heeft er dus veel van weg dat het een bewuste keuze van verzet is om lekker te blijven dromen. Zou het niet geweldig zijn om de werkelijkheid net zo lang te kunnen verdraaien tot die op kristalgelijkende 'dingen', op basis van bubbeltjesplastic, ineens fruit ZIJN? Misschien dat er dan geld mee te verdienen is...

Zaterdag 02 Mei 2009 | Geen reacties

Stockholm

Het was aan het begin van de winter en koud. Ik stond midden in het centrum op een brug een sigaret te roken. Mijn rug geleund tegen het hekwerk, de kraag van mijn lange wollen jas hoog opgezet en mijn haren in de war. De voorbij wandelende mensen bekeken me met een schuin oog, alsof ik kwaad in de zin had. Wie staat er dan ook zo laat nog stil op een brug?

Een mooi blond meisje was er duidelijk niet van onder de indruk. Ze vroeg me om een vuurtje. Toen ik vroeg, of ze die vraag in het Engels kon herhalen, wilde ze eerst mijn afkomst weten. Of ik eventueel 'ook een sigaret bij het vuurtje had,' omdat ze er anders niet zo veel aan had.

Utrecht, daar had ze natuurlijk nog nooit van gehoord, maar Amsterdam kende ze wel. Ze was er zelf ooit een lang weekend geweest, met een groep vrienden. 'Wat ze daar gedaan had?' Natuurlijk was ze hoeren gaan kijken op De Wallen en was ze naar verschillende coffeeshops geweest. Vooral had ze genoten van de voor Zweedse begrippen zéér goedkope alcohol. Ik mompelde iets van: 'Ironisch, mooie meisjes, vriendengroepen en onze hoofdstad, wie had dat gedacht?'

Ze vroeg wat ik in hemelsnaam in Stockholm te zoeken had als ik gemakkelijker naar Amsterdam had kunnen gaan? Ze kon zich bijna niet voorstellen dat ik liever in Stockholm wilde zijn, want als ze kon kiezen dan was ze de stad het liefst al jaren geleden voorgoed ontvlucht. In Stockholm is toch absoluut niets te beleven in vergelijking met Amsterdam? 'Precies!' riep ik uit ', Is dat niet fantastisch!?' Ze moest er om grinniken, bedankte voor de sigaret en verdween de nacht in.

Vrijdag 01 Mei 2009 | Geen reacties